GrenzRouten

Schmuggel
Smokkel: Dodelijke douaniers

In de grensregio smokkelde bijna iedereen – uit nood of vanwege de hoge winsten.
Als er grote prijsverschillen tussen bepaalde goederen in verschillende landen bestaan, is smokkel in de grensregio's een alledaags fenomeen. In de regio Aken was het al niet anders. Hier floreerde deze illegale vorm van goederenvervoer al voor de Eerste Wereldoorlog. Toen mensen in hun levensonderhoud voorzagen door als regelmatige “grensgangers” in Vaals grote hoeveelheden koffie tegen gunstige prijzen in te kopen en deze vervolgens in Aken met winst door te verkopen.

In de algehele crisissituatie na de Eerste Wereldoorlog wird er nog veel meer gesmokkeld, nu er ook grote hoeveelheden levensmiddelen voor dagelijks gebruik illegaal over de grenzen gebracht werden. Na verloop van tijd ontwikkelde het smokkelen zich zelfs tot op een professioneel niveau. De goederen werden tot ver in het Duitse Rijk verkocht en Aken stond bekend als het "gat naar het westen".

In en na de Tweede Wereldoorlog nam het smokkelen nieuwe dimensies aan. Om een betere levenssituatie te realiseren, transporteerden mensen van alle leeftijden goederen illegaal over de Belgische en Nederlands grens naar Duitsland. In mei 1945 werden de grensovergangen gesloten en stelde de Britse bezettingsmacht een  douanewezen onder Duits bestuur in dat het bevel  kreeg op smokkelaars te schieten, hetgeen enkele smokkelaars inderdaad met de dood moesten bekopen.

Prikkeldraadversperringen aan de grenzen: Populaire smokkelwaar was met name koffie, thee, boter, cacao en sigaretten. De uit- en invoer ervan was beperkt en elk bezoekje aan de andere kant van de grens werd met een stempel in het paspoort vastgelegd. Om te voorkomen dat iemand buiten de officiële overgangen met goederen de grens overstak, werden prikkeldraadversperringen opgericht.

Tot aan de geldhervorming op 20 juni 1948 werd de Reichsmark nog gebruikt. Een kilo koffie kostte soms wel 1.500 Reichsmark, een pond boter 600 en een Amerikaanse sigaret kostte nog altijd 8 Reichsmark. Als men dit afzet tegen het maandsalaris van 180 Reichsmark dat een douanier indertijd verdiende, dan is al snel duidelijk hoe lucratief smokkelen kon zijn.

Varens als verstopplaatsen: In het Aachener Wald gebruikten de smokkelaars de dichte begroeiing van varens graag om hun smokkelwaar en zichzelf in te verstoppen als ze douaniers zagen. Varens worden hier daarom ook vandaag de dag nog wel "Schmugglerkraut" (smokkelaarskruid) genoemd. Het spoorwegtraject van Aken naar Montzen en met name de tunnels op deze route werden vaak als smokkelroute gebruikt, evenals de bidweg van Moresnet door het Preuswald, waar de smokkelaars zich onder de bedevaartgangers mengden.


 Link  Welkom
 Link  Evenementen 2020
 Link  Wegwijzers
 Link  Routen
 menupfeilrot  Onderwerpen
     Link Het rijk van Aken
     Link Drielandenpunt
     Link Westwall
     Link Neutraal-Moresnet
     Link Pelgrimage
     Link Königswald
     Link Galmeiwinning
     menupfeilrot Smokkel
     Link Landgraben
     Link Grens Köpfchen
     Link Historisch Vaals
     Link Cultuurlandschap
 Link  Musea
 Link  Wandeltips
 Link  Wandelcafés
 Link  Tourist-informatie
 Link  Contact
 Link  Colofon
 Link  Français
 Link  Deutsch